Dit uitgebreide panel is opgebouwd rond zes prestatiebepalende pijlers.
1. Cardiovasculaire gezondheid
Je hart- en vaatgezondheid bepaalt niet alleen je lange termijn risico, maar ook je dagelijkse belastbaarheid, zuurstoftransport en metabole efficiëntie. Deze markers geven een diepgaand beeld van je cardiovasculaire profiel.
Apolipoproteïne B (ApoB)
Meet het aantal atherogene lipoproteïnen in je bloed en is een van de sterkste voorspellers van cardiovasculair risico.
HDL, LDL, totaal cholesterol en triglyceriden
Geven inzicht in je vetstofwisseling en de balans tussen beschermende en risicovolle cholesteroldeeltjes.
Non-HDL cholesterol
Toont het totaal aan potentieel schadelijke cholesterolfracties en geeft een completer risicobeeld dan LDL alleen.
Lipoproteïne(a)
Een genetisch bepaalde risicomarker die vaak niet standaard wordt gemeten, maar belangrijk is voor persoonlijke risico-inschatting.
Samen laten deze waarden zien hoe efficiënt je lichaam vetten verwerkt en of je cardiovasculaire systeem optimaal functioneert.
2. Hormonale optimalisatie, stressregulatie en energiehuishouding
Je hormonale systeem bepaalt hoe goed je herstelt, spieren opbouwt, vet verbrandt en met stress omgaat. Intensieve training, chronische werkdruk en slaaptekort kunnen deze balans verstoren. Deze categorie brengt je volledige hormonale as in kaart en laat zien of je lichaam zich in een opbouwende (anabole) of afbrekende (catabole) staat bevindt.
Testosteron, Vrij testosteron en SHBG
Meten zowel je totale testosteron als het biologisch actieve vrije testosteron. Dit bepaalt je spieropbouw, krachtontwikkeling, herstelcapaciteit, motivatie en trainingsadaptatie. SHBG laat zien hoeveel testosteron daadwerkelijk beschikbaar is voor je lichaam.
Estradiol
Speelt een belangrijke rol in hormonale balans, spierherstel en cardiovasculaire gezondheid. Een verstoorde verhouding tussen testosteron en estradiol kan prestaties en energieniveau beïnvloeden.
Cortisol
Het primaire stresshormoon. Chronisch verhoogde cortisolwaarden kunnen HRV verlagen, herstel vertragen, vetopslag stimuleren en spierafbraak bevorderen.
DHEA-S
Een belangrijke tegenhanger van cortisol en marker voor je anabole capaciteit. Geeft inzicht in de balans tussen opbouw en afbraak in je lichaam.
FSH en LH
Beoordelen de aansturing van je hormonale systeem vanuit de hypofyse. Helpen bepalen of hormonale veranderingen worden veroorzaakt door stress, overtraining of verstoring in de regulatie.
TSH
Geeft inzicht in de schildklierfunctie, die direct invloed heeft op energieproductie, stofwisseling, lichaamstemperatuur en trainingscapaciteit.
Samen laten deze biomarkers zien of jouw training, stressbelasting en slaapkwaliteit je hormonale systeem ondersteunen of juist onder druk zetten, en waar gerichte optimalisatie mogelijk is.
3. Ontstekingsniveau en immuunbelasting
Chronische laaggradige ontsteking kan herstel vertragen, HRV verlagen en prestaties onderdrukken. Deze categorie geeft inzicht in zowel acute als chronische belasting.
hs-CRP
Meet laaggradige systemische ontsteking die je herstel en cardiovasculaire gezondheid kan beïnvloeden.
Witte bloedcellen (WBC) met differentiatie: neutrofielen, lymfocyten, monocyten, eosinofielen en basofielen
Geven inzicht in immuunactiviteit, infectiebelasting, allergische reacties en stressgerelateerde veranderingen.
MPV (Mean Platelet Volume)
Geeft aanvullende informatie over plaatjesactiviteit en kan wijzen op verhoogde ontstekingsactiviteit.
Samen helpen deze markers verklaren waarom herstel soms achterblijft ondanks voldoende slaap of training.
4. Zuurstoftransport, ijzerstatus en uithoudingsvermogen
Optimale prestaties vragen om efficiënt zuurstoftransport. Deze markers laten zien of je bloed optimaal functioneert.
Rode bloedcellen (RBC), hemoglobine en hematocriet
Bepalen hoeveel zuurstof je bloed kan vervoeren tijdens inspanning.
Ferritine
Toont je ijzervoorraad, essentieel voor energieproductie en VO₂ max.
MCV, MCH en MCHC
Verfijnen de interpretatie van je bloedbeeld en helpen bij het identificeren van subtiele tekorten.
Samen geven deze waarden inzicht in uithoudingsvermogen, vermoeidheid en trainingsadaptatie.
5. Metabole flexibiliteit en energieverwerking
Je metabolisme bepaalt hoe efficiënt je lichaam energie gebruikt uit koolhydraten en vetten. Dit beïnvloedt direct je herstel, vetverbranding en energieniveau.
Glucose
Geeft je actuele bloedsuikerwaarde.
Insuline
Laat zien hoe gevoelig je lichaam reageert op glucose.
HOMA-IR
Meet insulineresistentie en metabole efficiëntie.
HbA1c
Toont je gemiddelde bloedsuiker over drie maanden.
Kalium en chloride
Belangrijke elektrolyten die bijdragen aan spierfunctie en vochtbalans.
Deze combinatie laat zien hoe stabiel je energie is en hoe goed je lichaam zich aanpast aan trainingsbelasting en voeding.
6. Lever-, nier- en voedingsstatus
Optimale prestaties vragen om goed functionerende organen en voldoende micronutriënten. Deze categorie geeft inzicht in interne belasting en herstelcapaciteit.
ALAT en ASAT
Geven inzicht in leverbelasting door training, voeding of stress.
Creatinine en eGFR
Beoordelen nierfunctie en helpen onderscheid maken tussen spiermassa-effect en mogelijke overbelasting.
BUN/creatinine ratio en creatinine/eGFR ratio
Verfijnen de interpretatie van nierfunctie en hydratatiestatus.
Alkalische fosfatase (ALP) en totaal bilirubine
Geven aanvullende informatie over lever- en galfunctie.
Vitamine D
Ondersteunt spierkracht, immuunfunctie en hormonale balans.
Calcium, natrium en ijzer
Spelen een sleutelrol in spierfunctie, hydratatie en zuurstoftransport.
Totaal eiwit en albumine
Geven inzicht in eiwitstatus en herstelvermogen.
Transferrine en transferrineverzadiging
Laten zien hoe efficiënt ijzer wordt getransporteerd en benut.